Over de Alpen naar Venetië

 

Vele volkeren trokken de Alpen over naar het centrum van de antieke wereld. Te voet, met pak en zak of zoals Hannibal, per olifant. De Alpen oversteken per fiets is de koningskastelen aangapen, is een babbel slaan bij een heiligenfontein, is de Fernpas oversteken, is roosjesijs eten in Innsbruck, is voor ‘coperto’ betalen, is een Venetiaanse antipasta eten, …

 

 

 

Koning, keizer, …

We reizen per trein naar de grensovergang tussen Duitsland en Oostenrijk in Füssen. De A7-autoweg gaat hier over in de B179 die over de Fernpas trekt. Voor deze weg is geen tolvignet vereist en is hierdoor één der drukste doorgangswegen naar Italië en de Balkan. Ook voor fietsers is Füssen een interessante startplaats om de Alpen over te trekken. Het is niet abnormaal als hier de Romantische Strasse, de Via Claudia Augusta, de Dampflokrunde en de Radrunde Allgau hier samenkomen, dat dit ook een belangrijk knooppunt is voor een overtocht van de Alpen. Het Hohe Schloss ligt majestueus op een rots boven het bisschoppelijk paleis, erachter de majestueuze eerste linie van de alpenbergkam. Hier stond vroeger een Romeins castellum dat toezag op de Via Claudia Augusta. De eerste Romeinse weg over de Alpen werd destijds gebouwd door Keizer Claudius en verbond de Donau met de haven van Altinum (Altino) aan de Adriatische kust, ten noorden van het huidige Venetië. De Via Claudia trekt hiervoor over de oude Fernpas (1270 m), de Reschenpas (1509 m) en de Praderadegopas (910 m). Wij kozen in Imst, na de Frenpas, voor een ander traject richting Adria. Langs de Inn en de oude Romeinse straat over de Brennerpas, gevolgd door drie imposante spoorwegroutes door het Italiaanse berglandschap richting Venetië. Beide routes, over de Reschenpas en de Brennerpas, bestonden al sinds de Romeinse periode. Die over de Reschenpas (1510 m) noemde de bovenste weg, die over de Brennerpas (1310 m) de onderste weg. Deze laatste gaf ook een verbinding naar het Pustertal waar men via het Cadoredal naar Aguntum (Belluno), Tarvisium (Treviso) en Altinum (Altino) kon. Onder het Cadoredal verstaan we de valleien van de rivieren Boite en Piave. Het is over deze oude route dat wij naar de Adriatische zee fietsen. Na vier kilometer staan we bij de lustkastelen van Ludwig II. Hohenschwangau is het ouderlijk kasteel. Gefascineerd door de tot de verbeelding sprekende muurschilderingen in het kasteel, bouwde hij in zijn regeerperiode als koning van Beieren er tegenover het wereldberoemde sprookjeskasteel Neuschwanstein dat model stond voor het sprookjeskasteel van Walt Disney en de meest bezochte attractie is in Duitsland.

We fietsen voorbij aan de Alpsee naar het Schwangauer Gatter (878 m), een kleine pasovergang en grens met Oostenrijk en komen in de brede vallei van de Lech tussen het Ammergebergte en de Tannheimer groep. Gezapig gaat het naar Reutte maar dan is de pret uit. We zitten in de aanloop naar de feitelijke klim naar de Fernpas. Achter het stadje ligt in de bergen een burchtcomplex, bestaande uit 4 vestingen: de burchtruïne Ehrenberg, de vestingkluis, de Schlosskopf en Fort Claudia. In 1268 verviel het hertogdom Schwaben waarna een ware wedloop plaatsvond naar de erfenis van de Staufer, een adelgeslacht dat vele Schwabische Hertogen, Rooms-Duitse koningen en keizers voortbracht. Graaf Meinhard II van Tirol eigende zich hier vele gebieden aan en bouwde de burcht Ehrenberg. Deze groeide in de volgende eeuwen uit tot de machtigste vesting in Noord-Tirol. In de valleidoorgang werd in 1317 de vestingkluis gebouwd, voor zowel militaire doeleinden als voor tolheffing. De Tiroolse regentes aartshertogin Claudia bouwde in 1639 het fort Claudia voor de herovering van Ehrenberg. Ook het massieve slot Schlosskopf werd in 1733 voor deze doeleinden gebouwd. Zonder succes, waarna alle gebouwen uiteindelijk in verval geraakten. We fietsen door de poort van de Kluis. Er volgt een mooi asfaltpad dat alsmaar omhoog trekt.

De Fernpas, hallucinant

De eigenlijke klim naar de Fernpas begint vanaf Lermoos, maar het traject tussen Reute en Lermoos mag ook serieus genomen worden. De fietsroute loopt omheen Lermoos, dat een halteplaats was voor de handelsreizigers op de Via Claudia Augusta. Nu is het een bekend vakantieoord aan de voet van de Zugspitze, met 2962 m de hoogste berg van Duitsland met een adembenemend panorama. We kijken verontrustend richting Fernpas waar zwarte donderwolken in de bergtoppen hangen. De fietsroute ging vroeger de Fernpas over via de drukke verkeersweg. Sinds 2014 kreeg de fietsroute vanwege het drukke verkeer zijn eigen traject. De nieuwe fietsroute loopt links langs de Weißensee over een breed grindpad over de oude Pasweg. De klim kent steilere passages en is niet van de poes. ‘Gott sei dank!’ staat bovenaan een bord van de Via Augusta Claudia boven, op de oude Fernpasovergang die trouwens 50 m hoger ligt dan die over de verkeersweg. Op foto’s is te zien hoe het hier vroeger was. De fietsroute van Reute tot op de Fernpas is naar onze mening de zwaarst te overbruggen hindernis op de gehele route naar Rome. Wie tegen de uitdaging opziet kan met de fietsshuttle tussen Biberwier en Nassereith die driemaal daags rijdt. De afdaling gaat gevaarlijk steil over grind- en rotspaden naar beneden, bij enkele korte tracés moeten we de fiets ter hand te nemen. Gelukkig is de ondergrond droog. Indrukwekkend is de passage over een houten brug tegen de rotswand met enig zicht op de diepe vallei. Het continue gerommel van de warmteonweders om ons heen maakt het allemaal nog onheilspellender, maar gelukkig trekt de pas niet dicht en blijven we droog. Vanaf het kasteel annex hotel Fernstein aan de Fernsteinsee is het avontuur voorbij en gaat het gemoedelijk door het Gurgltal naar Imst, de stad van de twintig heiligenfonteinen. Deze dienden voor de drinkwatervoorziening en waren destijds dan ook een trefpunt van de bevolking voor een babbel en geroddel. Wie niet genoeg krijgt van dat water, vertrekt vanuit het centrum de Rosengartenschlucht, een 1,5 km lange wild romantische kloof met 250 m hoogteverschil.

 

Remember me

In Imst nemen we de R2 Innradweg naar Innsbruck. De Innvallei is eerst nog ruw en bergachtig met de doorbraak door de rotsen. Achteraf kleurt deze haast mediterraans met pijnbomen en geniet de zonneflank van een microklimaat. Het is heerlijk fietsen in de brede valleivlakte tussen het Miemingergebergte en de Stubaier Alpen. Onderweg naar Innsbruck ligt het Cisterciënzerklooster Stift Stams waar de O.L.V. kloosterkerk door paus Johannes Paulus II in 1984 verheven is tot Basilica Minor. Wat betekent dat ze van beduidend belang is voor Rome. Erachter liggen twee zomerspringschansen die 13 jaar lang het trainingscentrum waren van de Oostenrijkse schansspringers, totdat ze de schansen van Bischofshofen en Innsbruck ook met matten uitrusten. Tijdens het vergapen merken we dat de onweerswolken achter ons van beide zijden over de bergen trekken en we een tandje bij moeten steken. Het lukt ons waarachtig buiten bereik van de stortregens te blijven die de Tiroolse bergen al dagen tergen en de rivieren is wildwaterstromen veranderen. De oude Innbrug was vroeger de enige brug over de Inn waardoor Innsbruck de handelaars het stapelrecht oplegden. Dat hield in dat deze één dag lang hun waren moesten verkopen vooraleer de brug over te steken. Innsbruck heeft een gezellig oude stadskern met aardige boemelstraten. Waarteken van de stad is het gouden dak, een erker met 2657 vergulde koperen leien, het pronkterras van keizer Maximiliaan waar hij het volk toesprak. Maxililiaan was keizer van het Rooms Duitse Rijk en getrouwd met Maria van Bourgondië. De pracht en praal moest ervoor zorgen dat zijn volk hem na zijn dood zou herinneren. De keizerlijke Hofburg van Maxililiaan is één der belangrijkste culturele gebouwen van Oostenrijk. Een terugkerend stadsbeeld is de beeltenis van de protestantse Maria zur Hilfe, afgebeeld als moeder met het naakte kindje Jezus. Maria ter hulp duidt op één der strijdkreten die de kruisvaarders gebruikten en door de eeuwen heen door andere legers overgenomen, net als ‘Met Gods hulp’ en ‘God wil het zo’ . En met Maria’s hulp vinden we dat ene ijssalon waar we voor enkele euro’s zoveel ijssoorten als we maar willen in een potje uitgesmeerd krijgen en dit in de vorm van een roos.

De Romeinen achterna

Vandaag gaat het over de Brennerspas. De eerste 10 km van de 43 km te overwinnen klim zijn de zwaarste, hierop stijgen we 400 hoogtemeters tot Igls. Ook hier bestaat de mogelijkheid dit lastige gedeelte te omzeilen en dit met tram 6, een smalspoortreintje. We vertrekken vroeg genoeg want we willen zeker nog dezelfde afstand dalen aan Italiaanse kant en met die opkomende onweders in de namiddag weet je maar nooit. Met zicht op de springschans verlaten we Innsbruck. Aan Oostenrijkse kant is nog niet echt werk gemaakt van een fietspad en hebben we een route uitgezocht die min of meer het smalspoorbaantje volgt naar Igls. Van daar loopt een wegje over de Almen naar Patch, waar we de de zogenaamde oude Romeinse weg over de Brennerpas bereiken. Deze verliep van Hall over Aldrans, Lans, Patsch en Pfons en Matrei naar Steinach am Brenner. Het beeld van de vallei staat voor eeuwig in het geheugen gegrift. Voor ons de Alpenovergang met de nog besneeuwde bergtoppen van de drieduizenders. Wij op de oude weg in de linkse bergflank. Aan de overkant op pijlers de Brennerautoweg en helemaal beneden in de vallei aan het riviertje de Sill de hoofdverkeersweg. De laatste 7 km tot boven op de pas verlopen over de hoofdweg. Gelukkig valt het verkeer hier boven in de vallei best te pruimen.

Fietsparadijs Zuid-Tirol

De Eisacktal-fietsweg, ook wel Brennerfietsweg genoemd, loopt van de Brennerpas naar Bozen (Bolzano). De afdaling begint met een prachtig aangelegd en adembenemend mooi fietspad op het oude spoorwegtraject tussen Brenner en Sterzing. Daarna gaat het door een alsmaar versmallend dal tot het fort Franzenfeste, vernoemd naar Keizer Frans II. Het fort bestond uit een beneden- en bovenfort die door een onderaardse trap met elkaar verbonden waren. Opzet was om Oostenrijk te verdedigen tegen aanvallen vanuit het zuiden. Normaal gezien zouden we hier de aftakking nemen in het Pusterdal, maar we willen in het Bikehotel in Vahrn en moeten daarvoor nog enkel kilometers de Eisacktal Radweg volgen. Bikehotels is een formule voor overnachtingen in Zuid-Tirol volledig ingesteld op fietsreizigers. Deze hotels beschikken over een ruime fietsenstalling en zijn uitgerust met onderhouds- en herstelmateriaal (www.bikehotels.it).  

 

Voordeel om in Vahrn te overnachten is dat het Augustijner-kanunniken Klooster in Vahrn op onze weg ligt. Dit is het grootste kloostercomplex van Tirol en behoort tot de meest opmerkelijke bezienswaardigheden van het Eisacktal. De Pustertaler fietsroute maakt een fietsvriendelijke oost- west verbinding tussen Eisack- en Draufietsweg. Tot Toblach volgt deze de rivier Rienz met noordelijk ervan de Alpen en zuidelijk de Dolomieten. Over de waterscheiding ligt het Draudal. Maar vooreerst moeten we naar Bruneck. Achter de vier stadspoorten gaat een levendig stadje schuil dat zijn middeleeuws karakter bewaard heeft. Boven de stad domineert het kasteel Bruneck. We verloven ons een bezoek aan de brasserie van de stadsbrouwerij Rienz Bräu, want ons volgende fietshotel ligt slechts enkele kilometers hier vandaan.

Grimmige bergen

De Lunga Via delle Dolomiti, ook wel de Ciclabile delle Dolomiti genoemd, is een fietsroute op de voormalige Dolomietenspoorweg tussen Toblach, Cortina D’Ampezzo en Calalzo di Cadore. Het was één van de vier spoorwegovergangen door de Alpen die met gering hoogtepercentage en op relatief lage hoogte over een pas liepen. Zowat halverwege de Passo Cimabanche houden we halt bij de Drei Zinnen Blick. De drie Zinnen zijn drie markante naast elkaar liggende bergobelisken, Große Zinne [2999 m], Westliche Zinne [2973 m] en de Kleine Zinne [2857 m], die symbool staan voor de Dolomieten. Enkele kilometers voor de pas rijdt een volledig bepakt gezin met twee jongeren kinderen zich hopeloos vast in de pas gestorte nieuwe grindlaag. Ook Sonja moet van de fiets door een verkeerd stuurmanoeuvre. Het kost mij moeite maar het lukt mij juist dat ene goede spoor te houden.

Vanaf de Passo Cimabanche [1530 m] draagt de fietsroute de nummering E1. Ze maakt deel uit van de langeafstandsfietsroute Itinerario 4 (I4) die de Passo Cimabanche met Venetië verbindt. Met de pas beginnen we aan de afdaling naar de Adriatische kust. We fietsen door de oostelijke Dolomieten naar de laagvlakte met zijn Prosecco wijngaarden en vervolgens naar de Venetiaanse kust. Tot in Calalzo di Cadore is dit over een adembenemend spoorwegtraject door de ruige bergwereld van de vallei van de Boite. We slaan af op de fietsroute naar Belluno in de vallei van de Piave. Tot Vittorio Veneto is de fietsroute nog maar sporadisch bewegwijzerd. Longarone is bekend en berucht door de Vajontdam. Deze stuwdam is links van de vallei in een doorbraak van de steile bergen te bespeuren. In 1960 in gebruik genomen stortte op 9 oktober 1963 maar liefst 350 miljoen m³ rots in het stuwmeer, waardoor een honderden meters hoge vloedgolf over de dam schoot en het in het dal gelegen Longarone compleet vernielde. Circa 2000 mensen kwamen bij deze ramp om het leven. De volgende noemenswaardige stad is Vittorio Veneto dat in het jaar 2000 de titel van kunststad kreeg vanwege de vele kerken en monumenten.

Allemaal beestjes

We hebben intussen de Dolomietenbergen ingewisseld voor de Proseccowijngaarden, een wijngebied tussen Vittorio Veneto, Conegliano en Valdobbiadene. Tijdens het  Romeinse rijk was dit al een wijnstreek en vanaf de middelleeuwen bouwden men op de heuvels wijnkastelen. We volgen de route voorbij aan het imponerende Castello San Salvatore, omgeven door een idyllisch wijnlandschap. De Piave loopt in een brede bedding waar slechts sporadisch een brug ligt. Nadeel hiervan is dat op deze oversteken alle verkeer samenkomt. Ook de één kilometer lange brug waar wij overheen moeten. Er zijn geen zijsporen en wij hebben meermaals ondervonden dat Italiaanse autobestuurders zich niet inhouden voor fietsers. Uitkijken dus! Volgende historische stad op onze route is Treviso. We rijden ze binnen via de stadspoort San Tomasso uit 1518. Deze maakte deel uit van een verdedigingsmuur die nog half behouden is rond de stad. De stad is wel langs drie zijden omgeven door water. Het levend hart van de stad is het Piazza dei Signori met het 13de eeuwse Palazzo dei Trecento, het stadhuis, en het Palazzo della Prefettura. Het fietsroute I4 volgt nu de sterk meanderende rivier de Sille. Bij de houten overbrugging van het regionale natuurreservaat van de Sille moeten we enkele honderden meters de fietsen ter hand nemen. Langs de oever liggen de kadavers van houten rivierschuiten. Aalscholvers, reigers, eenden, waterhoenen en andere watervogels hebben hier hun thuis, maar ook waterschildpadden en zwarte libellen. We volgen de rivier richting kust tot in Quarto D’Altino. We zijn slechts 6 km verwijderd van het archeologisch museum van Altino, gelegen in een baai aan de Laguna Veneta. De plaats waar vroeger de Romeinse haven lag en de Via Claudia Augusta eindigde. Wij laten ze links liggen en fietsen naar Mestre om de brug over te steken naar Venetië.

Fietsen verboden

Venetië bezoeken per fiets is onbezonnen werk en trouwens verboden. Zoek je een logement in Venetië zelf, dan kan dat in het stadsgedeelte Cannaregio, gelegen net achter het station Santa Lucia. Maar veel gunstiger is het in Mestre te overnachten en met de trein de brug over te steken. Vanaf het stationsplein loopt in een grote boog de uiterst drukke winkelstraat tot op het San Marco plein. Voor niet fervente shoppingfanaten is deze massatoerismeboulevard best te mijden. Eén der leukste en levendigste pleinen is het Campo Santa Magherita gelegen bij het universiteitenkwartier. Eentje van bijzondere aard is het Campo di Ghetto Nuovo of het Joodse plein dat enkel bereikbaar is via twee bruggen. Voor de veiligheid werden vroeger de bruggen ´s nachts afgesloten. Leuke restaurantjes zijn te vinden aan de zijkanaaltjes van het Grand Canal in het stadsgedeelte Cannaregio en de steegjes tussen het kwartier San Polo en de Rialtobrug. Van bijzondere schoonheid is de landpunt van het kwartier Dorsoduro tussen de universiteitenwijk en de Punta della Dogana. Aan de zeezijde de brede kustpromenade en de hoek om het Grand Canal waar gondels paraderen voor het plein van San Marco. Tussen de Rialtobrug en San Marco ligt een wirwar van winkelsteegjes. Het San Marco plein imponeert, het is vernoemd naar de San Marco Basiliek. Naast de basiliek staat het paleis van de dogen, het Palazzo Ducale. In het verlengde van San Marco langs het kanaal gaat het voorbij aan de brug der zuchten naar het zeevaartmuseum en het artisanaal met zijn scheepsloodsen. Blijft nog de noordkant van het eiland om in alle rust te chillen met zicht op het ommuurde Isola di San Michele, het zogenaamde dodeneiland en op het eiland Murano, vermaard om zijn glaswerk.

Praktisch

AFSTAND: totale route Füssen-Venetië = 536 km

ETAPPES:

Füssen, Imst (72 km), Innsbruck (64 km), Vahrn (95 km), Gais-Brüneck (47 km), Cortina d’Ampezzo (63 km), Vittorio Veneto (101 km), Treviso (63 km), Venetië (55 km)

STARTPLAATS: Füssen (Duitsland)

ROUTE: Bewegwijzerde fietsroutes over de Alpen naar Venetië

LOGIES:

Wij logeerden in:

Luitpoldpark Hotel: Bahnhofstraße 1-3, D-87629 Füssen, www.luitpoldpark-hotel.de

Hotel Stern: Pfarrgasse 42, A-6460 Imst, www.stern-imst.at

Hotel Grauer Bär, Universitätsstrasse 5-7, A-6020 Innsbruck, www.innsbruck-hotels.at/hotel-grauer-baer/das-hotel

Hotel Clara: Brennerstrasse 64, I-39040 Vahrn/Brixen, www.hotelclara.it

Hotel Innerhofer: Lützelbucher Strasse 6, I-39030 Gais (BZ), www.hotel-innerhofer.com

Hotel Villa Nevada: Via Ronco64, I-32043 Cortina d'Ampezzo, www.villanevadacortina.com

Hotel Ristorante Le Macine: Via G. Boni 34 / Via Lino Carlo Del Favero 11, I-31029 Vittorio Veneto, www.hotelristorantelemacine.it

Hotel Rovere: V.le Felissent 13, I-31100 Treviso, www.hotelrovere.it

Hotel Ca’Due Leoni: Cannaregio 565, Cannaregio, I-30123 Venetië, www.cadueleoni.com

Jeugdherbergen:

Füssen, Reutte, Imst, Innsbruck, Brixen, Toblach, Venetië

Campings:

Füssen, Reutte, Lermoos, Imst, Stams, Völs, Vahrner See, Vahrn, Kelder, Sankt Lorenzen, Niederdorf, Toblacher See, Cortina d'Ampezzo, San Vito Di Cadore, Farra D’Alpago, Lago Morto,

INFO: Tirol Werbung GmbH: Mestre Maria-Theresien-Straße 55, A-6020 Innsbruck, Austria, +43 512 7272-0, www.tirol.at

Imst Tourismus: Johannesplatz 4, A-6460 Imst, Austria, +43 5412 69100, www.imst.at

Innsbruck Tourismus: Burggraben 3, A-6021 Innsbruck, Austria, +43 512 59850, www.innsbruck.info

Südtirol Tourismus information: Piazza Pfarrplatz 11, I-39100 Bozen, Italië, +39 0471 999999, www.suedtirol.info

BikeHotels Südtirol: Seilbahnstraße 6c, A-39031 Reischach/Bruneck, Italië, +39 0474 830000, www.bikehotels.it

FIETSGIDS: digitale fietsgids ‘Via de Alpen en Adria naar Rome’ van Fiets(wandel)contreien (users.telenet.be/fietscontreien)