GTJ - De grote oversteek van de Jura

Met klokkengeluid over de bergen van de Jura, van noord naar zuid. Dit kan op zes manieren: op langlaufski’s, op sneeuwschoenen, te voet, te paard, per mountainbike en … per fiets.

 

GPS-tracks:

www.routeyou.com/nl/route/view/2390302/fietsroute/gtj1.nl (Montbéliard - Charquemont)

www.routeyou.com/nl/route/view/2390306/fietsroute/gtj2.nl (Charquemont - Montbenoit)

www.routeyou.com/nl/route/view/2390318/fietsroute/gtj3.nl (Montbenoit - Chaux-Neuve)

www.routeyou.com/nl/route/view/2390308/fietsroute/gtj4.nl (Chaux-Neuve - Rosset)

www.routeyou.com/nl/route/view/2390320/fietsroute/gtj5.nl (Rosset - Morez)

www.routeyou.com/nl/route/view/2390324/fietsroute/gtj2-variante1.nl (Gilley - Montbenoit)

www.routeyou.com/nl/route/view/2390325/fietsroute/gtj2-variante2.nl (Morteau - Gilley - Montbenoit)

 

Een goede voorbereiding

Samen met de fietsgids ‘La Grande Traversée des Montagnes du Jura à vélo’ (GTJ) zijn ons een accommodatiegidsje en een eco-mobiliteitbrochure meegeleverd. Dit laatste is een richtlijn betreffende het gebruik van ecologisch verantwoorde middelen om aan te reizen naar de Jura en terug te keren naar het beginpunt. De in de fietsgids voorgestelde route tussen Montbéliard en Culoz is 360 km lang en opgedeeld in tien etappes tussen 27 en 42 km. We vinden de oorspronkelijke etappe-indeling wat kort en besluiten deze naar onze grieven aan te passen. Wij hebben een week uitgetrokken om vanuit het noordelijk gelegen Montbéliard de route af te fietsen. Het is wat puzzelen, maar na een studie van de fietsgids, de eco-mobiliteitbrochure en de dienstregeling der treinen hebben we Morez als eindbestemming gekozen. Zo mijden we een grensoverschrijdende terugreis per trein via Zwitserland en hebben we slechts één overstap in Besançon. Dit betekent dat we haast zeven van de tien etappes zullen fietsen verdeeld over vier etappes. De vijfde dag fietsen we niet naar Mijoux en Bellegarde door de vallei van de Valserine maar hebben we gekozen om op de bergrug te blijven en Les Rousses te bezoeken op de Zwitserse grens. Zo kunnen we stellen dat we over de Franse naar de Zwitserse Jura fietsen. Dat we de vallei van de Valserine missen vinden we niet zo erg, want enkele jaren geleden hebben we van Mijoux drie dagen over de Crêt de la Neige en de Crêt de la Goutte, het spectaculairste gedeelte van de GTJ te voet, gewandeld. Daarvoor zijn we toen met de auto beneden door de vallei gereden. En voor de laatste zestig kilometer van Bellegarde naar Culoz moet je van goeden huize zijn, in één ruk 785 m klimmen over 13 km. Voor de klimgeiten onder ons, niet getreurd want op onze vijf daagse trip overwinnen we maar liefst 3770 hoogtemeters.

 

 

Fiets en auto

Montbéliard behoorde vroeger tot het bij het Heilig Roomse Rijk horende graafschap (1092-1495) en latere hertogdom (1495-1803) Württemberg tot in 1793 Frankrijk de gebieden rond Montbéliard en Riquewihr annexeerde. De pastelkleurige gevels in de straten zijn duidelijk Duitse invloeden van weleer, de enorme bloemstukken verspreid over de stad duidelijk Frans. De macht van de stad gaat uit van het op een rots overheersende kasteel. Ook hier invloeden van beide culturen, de robuuste Franse middeleeuwse rondtorens en het Duitse barokke woongedeelte. Het kasteel ging door huwelijk over van de Graven van Montbéliard (families Montbéliard, Montfaucon en Wurtemberg) naar de Hertogen van Wurtemberg. De fietsgids van de GTJ is intussen al 10 jaar oud en een upgrade is in de maak. Onze gids is dus nog van uit de periode dat hier nog maar weinig fietspaden bestonden. Intussen loopt de Eurovelo 6 langs het kanaal Rhone-Rijn en zijn op oude spoorwegbeddingen al meerdere fietswegen aangelegd die verbindingen maken met de dorpen rond Montbéliard. Startplaats is het toerismekantoor waar we op zoek gaan naar een wegwijzer die onbestaand blijkt. De gids waarschuwt voor ontbrekende bewegwijzering in de steden en stellen ons dus geen verdere vragen. Omdat de gids verwijst naar een drukke weg de stad uit naar Audincourt heb ik in mijn GPS een fietsverbinding over fietswegen verwerkt naar de rand van de agglomeratie. We volgen daarvoor het fietspad langs de spoorweg en een stukje Eurovelo 6 langs het kanaal Rhône-Rijn. Tegenover de Peugeotfabriek van Sochaux nemen we dan de spoorwegroute via Exincourt naar Audincourt. Wie in auto’s geïnteresseerd is kan een ommetje maken naar het museum L’Aventure Peugeot aan de andere kant van de fabriek met de 406 uit de film Taxi2, de rallykampioen 205 T 16, de Pausmobiel, … en 200 andere auto’s. In Audincourt moeten we dan toch de weg op, de agglomeratie uit de heuvels tegemoet. Maar het is hier rustig met weinig verkeer. Een fietswegwijzer van de GTJ is nergens te bespeuren, door onze GPS-track is het vinden van de juiste weg een makkie. Nog even voorbij een opleidingscentrum voor Peugeot techneuten en dan de eerste berg over, de eerste van velen, naar St-Hippolyte. We overmeesteren in één slag vijfhonderd hoogtemeters. De kilometers lange klim tot Blamont heeft op zich buiten de inspanning niet veel te bieden en ik vraag mij af of mits enkele kilometers omweg de weg langs het riviertje de Gland niet mooier zou geweest zijn. We stijgen verder, doorheen een bos tot op een hoogteplateau. We genieten een prachtig dieptezicht op Montbéliard en de brede vallei van de Doubs. Plots ondergaat het landschap een complete gedaanteverandering. Enorme rotswanden flankeren de diep in het berglandschap ingeslepen Doubs. Over kronkelende wegen dalen we in een rotvaart naar St-Hippolyte. Zes toeristische wegen komen samen in het sympathiek stadje waar het leven zich afspeelt op het aan de oever gelegen marktpleintje. Iedere meter rond de fontein is in beslag genomen door geparkeerde voertuigen waarvan de eigenaars en kompanen zich verspreid hebben over de terrassen van enkele restaurants en een bar, zoals de Fransen een café noemen. Het is zondag en we nestelen ons op het terrasje van … de bar. Even onze batterijen opladen ter voorbereiding op de klim langs de andere kant terug de vallei uit. Vanuit alle richtingen komen motorrijders, luxe oldtimers waaronder een DeLorean Maclaren van over de brug, oude Peugeots van rechts en even later een bende oldtimer rallywagens uit nog een andere richting. Het voelt aan alsof we op de tribune van een openlucht automuseumcircuit zitten.

 

 

Het horlogemakergebied

Gestaag gaat het in vele bochten naar boven, gelukkig minder lastig dan verwacht. In Courtefontaine, het eerste dorpje op het plateau, vindt net een straatfeest plaats. Aandacht bestedend aan de koopstandjes en de drank- en barbecuearea ontglipt ons bijna een bijzonder zeldzaam in prachtige staat verkerend ovalen 250 jaar oud zandstenen washuis. We stellen ons levendig voor hoe de dorpsvrouwen hier vroeger rond het grote wasbassin stonden en op de naar binnen afgeschuinde randen de was inzeepten en schoonwreven. Voor ons ligt het plateau van Maîche, een 700 km² groot glooiiend weidelandschap ingesloten tussen twee heuvelruggen. Waar de mensen in de 18de eeuw goed boerden, maar ’s winters zonder inkomsten zaten. Hieruit ontwikkelde zich de landelijke klokkenmakerij met zo’n 150 uurwerkfabrikanten van horloges tot pendelklokken waarbij de hele familie werd betrokken.

Achter de heuvelrug links van ons, ergens in de diepte en uiteraard aan ons oog onttrokken vloeit de Doubs die daar de grens trekt met Zwitserland. Onze overnachtingplaats ligt ongeveer halverwege dit plateau. t’Is te zeggen, de heuvel omhoog, aan een avonturenpark voorbij en er net overheen naar een bij toeristen blijkbaar bekende inkeerplaats. Het terras en het restaurant van ons hotel kijken namelijk uit op … Zwitsersland. Een uitzicht dat tijdens het avondeten jammer genoeg achter een regengordijn teniet gaat.

 

 

Onheilspellend

De laatste donkere wolken trekken bij ons vertrek weg boven de bergkam. De zogenaamde Crête boven de Doubs zal lange tijd onze leidraad zijn. Er loopt een heerlijke kleine weg over die volgens onze gids beschreven staat als een interval van hellingen en afdalingen zonder moeilijkheden. Awel, na ontelbare kuitenbijtertjes waar we door het extra gewicht van onze bagage na enkele meters onnadrukkelijk stilvallen, omhoog te zijn gefietst voelen mijn quadriceps aan als betonnen blokken. Het is een brede Crête waarvan de rand ver af ligt en waardoor ons een zicht op de diep ingesneden rivier onttrokken blijft. Aan de overkant hebben we zicht op de brute krijtrotsen met daarboven de donkere wolken, plakkend tegen de bergrug. De krachten vergende uithoudingsproef eindigt met een lange helse afdaling naar het dorpje Le Barboux midden op het plateau. Vanwege de beschrijving in de gids hadden we ons voorgesteld om hier de variante te fietsen naar een smal meer op de Doubs dat het water door een smalle kloof stuwt en door middel van een 27 meter hoge krachtige waterval in een volgende meer stort. Volgens een foldertje dat ik achteraf ergens in handen krijg, zijn dit de Niagara van Frankrijk. Naar ik verneem omdat je er met toeristenboten naartoe kan varen, maar je kan er ook te voet naartoe met een belvedère aan de rand van de waterval. Maar daarvoor moeten we over relatief korte afstand terug de bergkam op. Gevolgd door een afdaling waarbij mijn remhendels in mijn handen getekend staan en bang ben dat mijn remblokjes weggesleten zijn. Met moeite krijgen we onze fietsen gestopt bij de kerk van het gehuchtje Le Pissou. De stuwdam ligt nog eens 1,5 km lager, maar vandaar terug naar hierboven rijden is volgens mij zelfverminking. Nu we zo diep in de vallei gedaald zijn verwachten we eindelijk de rivier te zien te krijgen. Niets is minder waar, bomen onttrekken nog steeds het zicht en onze weg gaat opnieuw omhoog. Wetende dat we nog bijlange niet aan het einde van ons latijn zijn en de al geleverde inspanningen in acht genomen, zien we de aftakking naar de parking aan het meer vanwaar een wandeling naar de waterval leidt niet meer zitten. Maar de aftakking naar een uitzichtpunt dat praktisch gelijk met onze weg ligt en met de fiets bereikbaar is, nemen we er wel bij. Het uitzicht op het met krijtrotsen omsloten meanderende stuwmeer is een aanvaardbare troostprijs. We gaan de heuvelrug rechts van ons over om nog eens met slepende remmen naar het 250 hoogtemeters lager gelegen Mortreau af te dalen. We ondervinden dat maandag in deze streek de sluitingsdag is bij uitstek. We zijn dan wat blij dat we een kleine bar open vinden, want het is al eventjes de middag voorbij en we hebben honger.

 

 

Rookworst

Met het uurwerkmuseum van de Hauts Doubs verlaten we het horlogemakergebied en betreden de Haute Doubs met zijn ‘tuyés’, worstenrokerijen in de vorm van drie dimensionale houten trapezia, alleenstaand of als schoorsteen door het dak van de boerderij stekend. De voorgestelde route gaat via Grand-Combé-Châteleu waar we de ene na de andere ‘tuyé’ tegenkomen, een levensecht openluchtmuseum van rokerijboerderijen. Omdat we daarvoor een zijvalleitje ingereden zijn moeten we een laatste keer een waterscheiding over. De afdaling naar de Doubs over open weideland is wervelend. Niet te missen volgens de gids is de ‘tuyé van Papy Gaby’ in Gilley, de grootste in Franche-Comté. Maar deze blijkt een heel eind terug op de heuvelrug aan de andere kant van de Doubs te liggen. Vanuit Morteau is Gilley over kleine wegen te bereiken via Les Combes. Van hieruit loopt een bijzonder mooie spoorwegroute naar Pontarlier waarvan 10 jaar terug bij publicatie van onze gids nog helemaal geen sprake was. Ongeveer halverwege op dit fietspad ligt de abdij van Montbenoit. Voorbij fietsen aan het best bewaarde middeleeuwse religieuze gebouw aan de Doubs zou zonde zijn. In de toren is een beeltenis verwerkt van de heer van Joux te paard, de stichter van de abdij. Wij nemen een onderkomen in het hotel met de passelijke naam Le Sire de Joux, naast de abdij. Op de menukaart treffen we de plaatselijke aperitieven absinthe en macvin, de pineau van de Jura, aan. Tussen de hoofdgerechten staat een verfijnd gerecht met gerookte saucisse van de naast het hotel gelegen worstenrokerij. Als afsluiter bestellen we Comté en Morbier, de streekeigen kazen bij uitstek.

 

Verscheurende keuzes

Voor het mooiste uitzicht over de Doubs moet je volgens de gids naar de Crêt Monniot (1142 m) waar je van een 360° panorama geniet. De route spreekt van een 4 km lange klim naar La Chaux, maar dan is het ongeveer nog eens zover tot daarboven. Nu, als je gisteren naar de rokerij van Papy Gapy in Gilley fietste, kan je van daaruit naar de Crêt Monniot en dan via La Chaux afdalen naar Montbenoit. Vervolgens neem je, net zoals wij dat deden de volgende ochtend, ‘le chemin du train’ zoals de spoorwegfietsroute naar Pontarlier noemt. Moesten wij terugkomen, wij zouden het zo doen en best mogelijk dat de nieuwe uitgave van de gids deze redenering volgt. Of we de verkeerde keuze gemaakt hebben, zal ons tot dusver een vraag blijven? Maar vanaf de spoorweg hebben we wel continue zicht op de charmant kronkelende rivier, iets wat totnogtoe ontbrak. Na het oversteken van de Doubs over een viaduct bereiken we Pontarlier, de hoofdstad van de absint. Het was de Zwitser Henri Louis Pernod die in 1805 de eerste distelerij installeerde. Honderd jaar later waren er twintig distelerijen die de sterkedrank op basis van anijs en venkel brandden, vandaag resten er nog twee. De stad telde in die tijd maar liefst 111 bistrots. Enig overblijfsel van de rechthoekige verdedigingsmuur rond de stad is de Porte Saint-Pierre aan het einde van de hoofdstraat. Het rechthoekig centrum met straten in dambordprofiel verwijst naar een Gallo-Romeins verleden. Over een fietspad langs een drukke weg verlaten we de stad. We draaien af richting het meer Saint-Point met zicht op het kasteel van Joux op één rotseinde en de kluis, een fort, op het tegenoverliggende. In de middeleeuwen was dit de doorgang van de zoutweg, een belangrijke handelsweg die profiteerde van deze natuurlijke doorgang tussen de bergen. De burcht diende door de eeuwen heen voor tolheffing, voor verdediging van de grens naar het zuiden, als gevangenis en verdedigingswerk van de Maginotlijn ter bescherming van de verzwakte oostelijke Franse landsgrens nadat Lotharingen en de Elzas, waarbij ook de Jura hoorde, aan Frankrijk waren toegevoegd na WO-I. Keizer Karel, Vauban en Maginot verbouwden de verdedigingswerken tot wat ze nu zijn.

 

Het meer Saint-Point is met acht kilometer lengte het grootste meer van de Doubs. We hebben continue zicht op het meer, maar enkel in het dorpje Saint-Point-Lac komt onze weg pas echt in de nabijheid van het water. Een toegangsweg geeft uit op een recreatiestrand met picknickzone en eethuisje. Andere fietsreizigers hebben de weg naar hier ook gevonden om een middagstop in te lassen. Grote opblazen speeltoestellen dobberen op het water bij een cirkelvormig schiereiland en roeibootjes liggen gerangeerd in een rechthoekig minihaventje. Aan alle mooie liedjes komt een eind en we trekken verder.

Voorbij aan enkele bunkers van de maginotlinie naar een volgend meertje, geen waterrecreatie deze keer maar puur natuurbeleving. Op het einde van het meer kronkelt de weg naar het ietwat hoger gelegen dorpje Remoray-Boujeons dat oorspronkelijk slechts enkele huizen groot was. De vele mooie nieuwe huizen benadrukken de wens van velen om zich hier te settelen. De weg draait scherp rond de kerk en loopt in de buitenbocht uit tot een plein met fontein er midden in en erachter een hotelletje met een verhoogd terras. We zijn nog niet lang terug vertrokken maar ons gevoel zegt ons hier halt te houden voor een tussendoortje. We houden ons hart vast wanneer we drie kleine kinderen ongestoord op het pleintje en de toch wel onoverzichtelijke straat zien spelen. Maar gedurende ons uurtje chillen kregen we één auto en een plaatselijke boer te zien. Deze rustige weg loopt naar ons etappedoel van vandaag Chaux-Neuve. Maar halverwege op een kruispuntje met een Mariabeeltenis is volgens onze gids een afsteker naar de bron van de Doubs een aanrader. Wij ondersteunen dit voorstel ten volle wanneer we het water onder druk uit een grot zien vloeien en over een muur in een waterval naar beneden zien storten. De eigenlijke bronnen liggen bovenop het rotsmassief. Het water zoekt zijn weg door ondergrondse pijpen en komt onder druk dan beneden terug tevoorschijn. Doubs komt van het Latijnse dubius en betekend twijfelaar. Het verwijst naar het feit dat de bron en de monding in de Saonne slechts 100 km uit elkaar liggen, terwijl de lengte van de rivier 400 km bedraagt doordat hij in Montbeliard zowat links omkeer maakt. Omdat van hier een weg langs een zijriviertje van de Doubs rechtsstreeks naar Chaux-Neuve loopt zien we het nut niet in om langs dezelfde weg, ook vanwege de ferme afdaling daarstraks, terug naar ons uitgangspunt te klimmen.

Onze laatste twee overnachten logeren we in typische herbergen. In die in Chaux-Neuve bemerk ik tijdens het avondmaal een Duvel, Rochefort en Orval op het aanrecht achter de tapkast. De eigenaar is afkomstig van Jeumont net over de Belgische grens en als bierliefhebber van Belgische bieren, vult hij bij elk bezoek aan de familie aldaar zijn voorraad aan. Een Orval een plankje Jurakazen begeleidend is een droomvolle afsluiter van een superbe fietsdag.

 

 

Ogenblik

De volgende ochtend is minder belovend. Kletsnat is het buiten na een hele nacht regen. Bij ons vertrek is de wolkenhemel een mengsel van alle kleurschakeringen tussen grijs en zwart. Sonja maakt nog maar net lachwekkend de opmerking dat we de eerste kilometer droog gebleven zijn of de hel breekt los. Stortregen krijgen we over ons heen, een uur lang. Best jammer, want het is een aardige route met zicht op de skispringschansen van Chaux-Neuve, de donjonheuvel van Châtelblanc. Gevolgd door een fantastische afdaling in de vallei van de Saine waar het zicht door de regen beperkt blijft tot de vallei zelf. Bij het museum van de kaas in Fort-du-Plasne zijn we al terug de waterscheiding over naar de volgende vallei, die van de Lemme. De plensbui is intussen over ons heen getrokken en het zonnetje laat zich zelfs zien. Over geasfalteerde boswegen doorkruisen we het Forêt du Mont Noir waarbij we de Crête de la Joux Devant oversteken. In onze fietsgids zijn drie infostukjes over dit traject door het bos weergegeven die ons ondermeer vertellen dat we ons op 1010 m bevinden, maar ze zijn vergeten dat het tot op de kam trapsgewijs omhoog gaat met meerdere korte steilere stukjes. Beneden ons, in de kloof van de Bienne die doorweven is met drie treinviaducten, liggen Morbier en Morez. Morbier geeft zijn naam aan de Morbierkaas, de kaas herkenbaar door zijn opvallende zwarte ader. Als je daar geen oog voor hebt dan ben je in Morez, het centrum van de brillenindustrie, op de juiste plaats. Tegenover de opvallende glazen façade van het brillenmuseum stappen we bij een bakker binnen voor een lunch. Geen ogenblik te vroeg want van het ene moment op het andere komt de zondvloed uit de hemel naar beneden. De straten stomen nog wanneer we onder één van de viaducten door stad en vallei verlaten. Als we denken het gehad te hebben zijn we opnieuw verplicht onder een afdakje te schuilen. We zijn nog maar op zes kilometer van onze overnachtingplaats en we besluiten na een tweede regenpauze, nadat een eerste tevergeefs was, toch ons geluk. Het mag niet zijn, we eindigen de rit zoals we begonnen zijn … in de plensregen. Het warme onthaal door de drie eigenaressen in de herberg laat gelukkig het zonnetje weer schijnen. Op de menukaart staan louter lokale smaakvolle gerechten. Geen ogenblik te vroeg want van al dat water kregen we reuzenhonger.

 

 

Zwitserse Jura

Onze laatste rit is een korte rit terug naar Morez om de trein te nemen naar Montbéliard. Maar eerst willen we een bezoek brengen aan het fort van Les Rousses. Daarvoor fietsen we verder de berg omhoog tot op de kam en dan verder naar Prénanon dat deel uitmaakt van het skigebied van Les Rousses. Met 1255 m hebben we meteen ook het hoogste punt van ons tocht bereikt. De gehoopte vergezichten kunnen we op onze buik schrijven want we zitten pal onder de uitnevelende wolken. We steken de drukke N5 over en volgen een parallel gelegen wegje. Plots staan we bij een grenspost. Dit moet de Zwitserse grens zijn! We rijden erlangs en draaien er omheen richting Les Rousses. Hoeveel meters we op Zwitserse grond vertoefd hebben weten we niet, maar we zijn er wel geweest. Al is het maar eventjes. Het fort van Les Rousses, destijds gebruikt om de grens te verdedigen, is te bezichtigen. Één vleugel is heden in gebruik als kaasmakerij Arnaud, producent van Comté-kazen. We volgen een rondleiding met bezoek aan de onderaardse gewelven waar 30000 kazen van 6 tot 48 maanden zijn gelagerd. Bij buitenkomst schijnt wonderbaarlijk het zonnetje, de bergen zijn uit de wolken tevoorschijn gekomen en we krijgen zicht op de eerste Zwitserse bergketen met de Dôle (1677 m) en zijn militaire radar voor vliegtuigdetectie als opvallendste berg. Moesten we eroverheen kunnen kijken, we zouden het meer van Léman zien. Les Rousses heeft als skioord een bruisend centrum maar wij verkiezen het even daarbuiten gelegen meer voor een rustige lunch aan het water en zicht op de bergen. Naar Morez moeten we terug de diepe kloof in. Daarvoor fietsen we een stukje op de N5 die langs en doorheen de rotsen scheert. We moeten nog een laatste sprintje bijzetten om een laatste buitje te ontglippen. De trein rijdt de kloof uit, in grote bochten over de viaducten met eronder een ijzingwekkende diepte. Een terugblik vanuit de Jura die we meenemen naar huis.

 

 

Praktisch

AFSTAND: 274 km

ROUTE:

ETAPPE-INDELING:

Monbéliard – Charquemont = 67 km

Charquemont – Montbenoît = 52 km

Montbenoît - Chaux-Neuve = 65 km

Chaux-Neuve – Rosset (Longchaumois) = 55 km

Lieu-dit Rosset – Morez = 35 km

INFO:

Montagnes du Jura, Rue Gabriel Plançon 4, F-25044 Besancon Ceex, tel: +33 3 81 25 54 55, www.montagnes-du-jura.com, contact@montagnes-du-jura.fr 

Association grandes traversées du jura, Grande Rue 15-17, F-39150 Les Planches en Montagne, tel: +33 3 84 51 51 51, www.gtj.asso.fr

LOGIES:

Wij logeerden in:

Hôtel de la Balance, Rue de Belfort 40, F-25200 Montbéliard, +33 3 81 96 77 4, www.hotellabalance.com

Hôtel Au bois de la biche, Route de la Cendrée,  F-25140 Charquemont, +33 3 81 44 01 82, www.boisdelabiche.fr

Hôtel Le Sire de Joux, Place de l'Abbaye, F- 25650 Montbenoit, + 333 81 38 10 85, www.lesiredejoux.com

L’Auberge du Grand Gît, Rue des Chaumelles 8, F-25240 Chaux-Neuve, +33 3 81 69 25 75, www.aubergedugrandgit.com

Cassiton Auberge de Rosset, Lieu-dit-Rosset, F-39400 Longchaumois, +33 3 84 34 66 82, www.lecassiton.fr

BROCHURES EN KAARTEN:

Fietsgids La Grande Traversée des Montagnes du Jura à vélo, www.montagnes-du-jura.com

Brochure GTJ Guide de l’éco-mobile

Brochure GTJ Hébergements & informations pratiques