Van Bourgogne naar Champagne

Fietsreis door de Haute-Marne

 

Fietsen langs een kanaal, het klinkt rechtlijnig, eentonig en zelfs langdradig. Niets van dat alles is waar! Het kanaal Champagne-Bourgogne volgt tussen Langres en Vitry-le-François haast natuurgetrouw de kronkelende onbevaarbare loop van de Marne. Aan de hand van de nieuwe fietsgids Champagne-Ardenne fietsen we van de Bourgogne naar de Champagne.

 

Het kanaal Champagne-Bourgogne

Het kanaal Champagne-Bourgogne is destijds gebouwd ten gunste van de metaalindustrie eind 19de begin 20ste eeuw.  Het oorspronkelijke kanaal noemde het ‘Canal Haute-Marne’ en verbond Vitry met Donjeux. In 1880 kwam er een verlenging naar de Saône en kreeg de naam ‘Canal de la Marne à la Saône’. Pas in 2004 kreeg het de poëtische benaming ‘Canal entre Champagne et Bourgogne’. Het kanaal bezit 114 sluizen waarvan 71 langs de zijde van de Marne en 43 langs de Saône. Op de waterscheiding wordt de overgang gemaakt door een 4820 m lange tunnel. Wij fietsen 3 dagen langs het kanaal en rond het recreatiemeer het Lac du Der een afstand van 211 km. Bij aankomst in Langres hadden we nog tijd voor een plaatselijke fietslus van 27 km naar het Lac de la Mouche. In de fietgids zijn naast beschrijving van de parcours en de omgeving ook fietsvriendelijke overnachtingen opgenomen. Info en fietsgids zijn te bekomen bij het Comité Régional du Tourisme de Champagne-Ardenne, 50 Avenue du Général Patton - BP 50319, F-51013 Châlons-en-Champagne Cedex, tel: +33 3 26 21 85 80, www.tourisme-champagne-ardenne.com

We laten onze auto achter in Vitry-le-François en reizen verder met de trein naar Langres, ongeveer 200 km naar het zuiden op de grens van de Haute-Marne en de Bourgogne. Het is wel even uitzoeken welke trein te kiezen want niet alle TER-treinen nemen fietsen mee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GPS-tracks:

www.routeyou.com/route/view/327362/cycle-route-bourgogne-champagne1.en

www.routeyou.com/route/view/327363/cycle-route-bourgogne-champagne2.en

www.routeyou.com/route/view/327364/cycle-route-bourgogne-champagne3.en

www.routeyou.com/route/view/327366/cycle-route-bourgogne-champagne4.en

 

 

Langres, het Carcassonne van het noorden

Een imposante 3,5 km lange middeleeuwse muur met 12 indrukwekkende vestingtorens en 7 versterkte boogvormige toegangspoorten omringt de op een heuvel gelegen oude vestingstad. Het leuke is dat de volledige rondgang bovenop de muur per fiets of uiteraard ook te voet af te leggen valt. De uitzichten van de verdedigingsmuur met zicht op het omliggende coulisselandschap, de Marnevallei, de meren en beboste hellingen zijn betoverend. Bij helder weer ontwaar je de Vogezen en zelf de Zwitserse Alpen. Binnen de muren is het een aan wirwar aan straatjes met middenin de kathedraal. Ze is gebouwd in de stijl van die van Cluny met laat romaans-bourgondische en gotische invloeden. Achter de kleine smalle rijhuizen liggen verborgen groene binnentuintjes en koertjes toegankelijk door de zogenaamde ‘Porches’ wat staat voor portalen en overdekte passages. In de stadskern komen we ook enkele markabele renaissancewoningen tegen.

Le Cheval Blanc (www.hotel-langres.com), ons overnachtingadres ligt volledig in de aard van de historische stad. In een oud klooster zijn plafonds getrokken en kamers ingericht. In de gang en kamer zien we nissen, delen van zuilen en gotische bogen die het middenschip van de zijbeuken scheidden. Tijdens het diner mag een kaasschotel met de plaatselijke Langreskaas uiteraard niet ontbreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lac de la Mouche

We arriveren in de late namiddag en besluiten de in de gids beschreven fietslus naar het Lac de la Mouche nog even af te haspelen. Beneden de stadsmuur volgen we de 10 km lange Voie Verte de Langres. Eerst is deze oude spoorweg nog geasfalteerd. Maar na een tijdje verandert dit in een grindweg. We wisselen het autoloze fietstraject in voor kleine departementale wegen in de pittoreske vallei van het riviertje ‘La Mouche’. Via Vieux-Moulins met mooie kalkrotspartij en een prachtige centraal gelegen dorpsvijver bereiken we het stuwmeer ‘Lac de Mouche’ dat samen met de meren Lac de Charme, Lac de la Vingeanne en Lac de la Liez aangelegd is voor de debietregeling van het kanaal Marne-Saône. Als we de vorige helling al zwoegend bovenkwamen dan is de klim de vallei uit al puffend. Achter mij hoor ik Sonja kreunen: “Ja, ja volledig vlak deze vierdaagse”. Het zicht op het ommuurde Langres met zijn massieve torens is de bekroning.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Turfputten in terrasvorm

Een lange afdaling brengt ons bij het kanaal. Het fietspad over het jaagpad loopt onder de brug door. Maar we moeten langs de andere kant van het kanaal waar we over een sluis toegang krijgen tot het fietspad. Mijn vrees tot Frans jaagpad in belabberde staat blijkt ongegrond. Het asfalt is niet overal even secuur maar toch uitstekend fietsbaar. Langs het kanaal staan borden met plaatsnamen en afstanden. Bij iedere sluis of brug verwijzen wegwijzers naar bezienswaardigheden, restaurants, cafés en overnachtingadressen. Na 10 km bereiken we het stadje Rolamport. Enkele kilometers verwijdert van het kanaal ligt een uitzonderlijk natuurmonument dat een afsteker meer dan waart is, de turfputten van Rolamport. Na een klimmetje bereiken we de bosrand en fietsen over een grindweg ernaartoe. Vijvertjes in terrasvorm, het water over de rand lopend van de ene plas in de andere en een watervalletje vormen een uniek en rustgevend natuurkader. Een snelle blik aardt uit in een pauze van een dik uur. We wisselen bij een sluisje van oever en fietsen tussen de piepjonge, slechts enkele meters brede Marne en het kanaal. Even verder loopt het kanaal in een brug over de rivier. Op onze tocht maken we dit nog meerdere malen mee. We maken een afsteker naar de stad Chaumont. Het is wel stevig klimmen want ook deze stad ligt zoals Langres op een hoogte boven de vallei.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Traptorentjes en mansardes sieren Chaumont

De historische stadskern van Chaumont bevat meerdere stadsdelen. Het oudste stadsdeel uit de 13de eeuw staat bovenop een rots. Tussen de huizen tegen de helling zijn nog duidelijk de vestingmuren te herkennen. De vesting was een strategische plek in het Franse Rijk dat destijds onder bedreiging lag van de vijandige gebieden Bourgogne en Lotharingen. Van de oude burcht rest enkel nog de massieve vierkante donjon vanwaar je een heerlijk uitzicht hebt over de stad en het monumentale spoorwegviaduct. De statische gebouwen eromheen zijn vandaag vooral in gebruik als ambtenarenwoningen. De buiten de oude muren gelegen 16de eeuwse kern is opgebouwd uit vele kleine huisjes. Om plaats te winnen maakten de bewoners gebruik van traptorentjes die boven de toegangsdeur deels uit de gevels steken. Naast de circa 30 traptorentjes zijn de vele mansardes op de daken een ander bouwesthetisch kenmerk. Maar de stad heeft ook nog een bekende kunstenaarsfamilie grootgebracht. Vader Jean-Baptiste Bouchardon was een vermaarde houtsnijwerker. Vele houten beeldhouwwerken in de kathedraal zijn dan ook van zijn hand. Hij was maar liefst vader van 17 kinderen. Zijn zoon Edme trad in zijn voetsporen als persoonlijk beeldhouwkunstenaar van Lodewijk XIV. Het ruiterbeeld van Lodewijk XIV dat van zijn sokkel gestoten werd tijdens de Franse revolutie was een beeld door hem ontworpen.

 

Kanaaltunnel, erdoor of erover?

We zoeken terug het kanaal op. Condes is het eerstvolgende dorpje, gelegen op een rots in een grote meander van de Marne. Het kanaal loopt door middel van een 400 m lange tunnel door de rots. Het fietspad loopt ook de tunnel in, maar bij de ophaalbrug voor de tunnel staat een verbodsplaat voor alle verkeer, je weet wel zo een rond wit bord met rode rand, dat eigenlijk de toegang weigert. De fietsgids geeft ook aan om door het dorp over de heuvel te gaan. Maar als lokalen dit verbod met de voeten treden, stellen we ons hier toch vragen bij? Het licht flipt automatisch aan bij het betreden van de tunnel. Langs de waterkant is een balustrade en het fietspad is in perfecte staat. Dus fietsen maar! Wat opvalt in de dorpen aan het kanaal en bij sommige sluizen zijn de leuke aanlegsteigers. Meestal staan er enkele picknickbanken en –tafels bij. In Riaucourt is dit zelfs overdekt en het houtwerk kleurig rood geschilderd. In Bologne aan het kanaal ligt ook onze ‘Chambres d’hôtes’. We zijn niet de enige gasten en de gastheer serveert ons na het degusteren van een plaatselijk bier een heerlijk menu met de hoofdgang vervaardigd uit een melange van eend en gans.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloempotmannetjes bevolken de kanaaloevers

De volgende ochtend springen we terug op onze fietsen en na enkele meters rijden we opnieuw langs het kanaal. De ochtend is gevuld van fluitende vogels, langs het kanaal staan pluizige paardenbloemen, boterbloemen en ander kruid. Bij een sluis maken vele brulkikkers een hels kabaal. Bij het maken van foto’s rijdt Sonja al eens vooruit en bij een daarop volgende manoeuvre tot aansluiting cirkelt een havik op enkele meters boven haar hoofd. Voor ik mijn fototoestel boven gehaald heb, is de vogel vliegen en cirkelt over de ietwat verder afgelegen Marne. Dit overkomt mij deze en de volgende dag maar liefst vier maal, maar telkens ik een foto wil maken zijn de slanke roofvogels buiten bereik. De vallei is nu breder en het uitzicht is dat van de champagnebergen in de Montagne de Reims. Bewerkte velden tegen de hellingen tot tegen het bos bovenop de heuvel. Vroeger stonden hier wijngaarden maar nu in de verste verte geen meer te bespeuren, wel vele velden met geel koolzaad, … Ook de Marne ziet er anders uit, hij bezit nu de allures van een echte stroom en is hier al breder dan het kanaal. Langs de kanaaloever staan bloempottenmannetjes, van die poppen opgebouwd uit plantenpotjes. Nu eens als vissertje met hengel en visnetje en verderop als seingever wapperend met een vlagje. Oude metalen ophaal- en andere bruggen kenmerken de oude metaalindustrie waaraan dit kanaal verbonden was. We naderen het charmante stadje Joinville. De Marne heeft hier twee armen en we moeten dus twee bruggen over voor een bezoek. Het oude centrum met wirwar van smalle straatjes ligt achter de tweede arm tegen de helling op. We zien wegwijzertjes naar een 14de E stenen brug en naar het renaissance kasteel, het ‘Château du Grand Jardin’. De renaissance tuin is ingedeeld in bloem- en plantenvakken afgeboord met geschoren buxushaagjes. Op de hoeken en tussenin staan buxusbollen, -kegels en andere snoeivormen. Het middelste perk is beplant met witte, gele en roze tulpen. Anderen zijn opgevuld met lavendel. Aan de brug ligt een kroeg annex pizzeria met leuk terrasje. Dejeuneren is in Frankrijk een begrip, wij hebben de smaak al snel te pakken en blijven hier maar liefst twee uren tafelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Metalen bruggen

Tijdens onze siësta hebben we onze fietsgids wat gedetailleerder bekeken en we zijn nog maar pas weg of we steken alweer het kanaal over naar het dorpje Thonnance-les-Joinville. We moeten het hele dorp door, voorbij aan het Romaanse kerkje naar ‘Les Jardins de mon Moulin’. Prachtige plantentuinen omringen een oude watermolen. De tuinen gaan pas half mei open, maar wij mogen toch al een blik werpen op de voorjaarsbloeiers waaronder enkele pioenrozen en een kerriestruik, ontluikende Japanse esdoorns, geraniums met bloemknoppen die op springen staan, … op de rozen is het nog een maandje wachten. Oude metalen spoorwegbruggen, ophaalbruggen en sluisdeuren leveren idyllische kiekjes op. Op een kruispuntje in Eurville staat een merkwaardige kilometerpaal naast een wachthokje met levensgrote Amerikaanse soldatenpop erin. Berlijn ligt naar rechts op 944 km, Omaha-Beach naar links op 511 km, bovenop de steen ligt een Amerikaanse soldatenhelm. We staan voor een hangaar met als opschrift Pattonmuseum, ervoor een Amerikaanse tank. Nostalgie vind ik een eindje verder bij een drinkplaats aan de Marne met grazende koeien en een vergeten wandelstok met schelp achtergelaten door een wandelaar naar Compostela. Aan de stadsrand van St-Dizier houdt het fietspad plotseling op. Tussen kanaal en spoorweg fietsen we over een hobbelig aarden pad richting centrum.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Art Nouveau in St-Dizier

St-Dizier was al bevolkt sinds de bronstijd. Gallo-Romeinse vondsten en geraamten van drie Karolingische vorsten bevestigen dat St-Dizier reeds toen van belang was. Gui II de Dampierre liet in 1202 hier zijn kasteel en de kerk Notre-Dame bouwen. Als in 1488 onder Karel VIII St-Dizier en het Franse Rijk zich herenigen, wordt de strategisch gunstig gelegen stad een koninklijke vestingstad ter verdediging van het Franse rijk tegen Lotharingen. Marini, de Architect van François I, verstevigt uiteindelijk de stervormige fortificaties. Wanneer in 1544 het 42000 man sterke leger van Keizer Karel de stad belegert, houden 4500 mannen, vrouwen en kinderen meer dan een maand stand. De zware verliezen bij de belegeraars maakt dat Parijs gespaard blijft. Het monument op het marktplein is een weerspiegeling van deze heldhaftige strijd. Naast het fort met massieve poorttorens bezit de stad een bijzonder cultuurmonument, een enig Italiaans theater met koninklijke loges, balkons en zitplaatsen. Alles gerestaureerd volgens het Art Nouveau decor uit de jaren 1920. In de met mozaïeksteentjes gedecoreerde hal staan fondijzeren beeldhouwwerken uit diezelfde periode. Op een tocht door de stad zijn gietijzeren sculpturen en gietijzeren balkonbalustrades uit de Art Nouveau tijd te bewonderen. Een lekker eetadres is de ‘Palme Rouge’ in het ‘Ciné Quai’ complex onder de toren van de oude metaalfabriek Mila.

 

Het recreatiemeer Lac du Der

Vitry-le-François ligt als we verder fietsen langs het kanaal slechts 24 km verwijderd. Ware er niet het Lac du Der, een groot recreatiewaterbekken dat dient voor het op peil houden van de Marne. Het grootste artificiële meer van Europa is nu een geliefde toeristische waterplas met stranden, natuur- en vogelgebieden. Voor deze 48 m² grote recreatieplas zijn drie dorpen verzonken. Rond het meer loopt een 38 km lang fietspad met aansluitingen naar de kanaalroute. Via het aanvoerkanaal bereiken we het meer. Eerst fietsen we nog enkele kilometers over een gescheiden fietspad langs een weg, maar dan draait het pad een gemengd bos in. Op een schiereilandje in het meer staat één van de kerken van de drie verzonken dorpen. Een andere staat in het openluchtmuseum in Ste-Marie-du-Lac-Nuisement aan de andere zijde van het meer, waar de mooiste huizen van de verzonken dorpen heropgebouwd zijn. Een lange metalen brug over het water brengt ons bij de jachthaven van het mondaine Giffaumont. Vanaf nu fietsen we boven op de dijk langs het meer. Het eerste kwartier belagen ons miljoenen kleine gepantserde vliegjes, allé zo voelt dat toch aan, maar dan is het genieten van de prachtige vegetatie aan de rand van het meer en de vele watervogels. Bij het openluchtmuseum verlaten we de waterplas en fietsen over kleine wegen terug naar het kanaal, 14 km rest ons dan nog tot Vitry.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stad van François I

Na maandenlang hevig verzet van St-Dizier tijdens de belegering van de legers van Keizer Karel in 1544, heeft deze een snelle overwinning nodig om het moreel van zijn troepen op te krikken. Hij richt zich tegen de stad Vitry-en-Perthois dat hij met de grond gelijk maakt. Op 29 april 1545 bouwt de Franse koning François I hier een nieuwe stad in de vorm van een groot vierkant en stratenpatroon in dambordplan. De stad telt vier stadspoorten en krijgt de naam Vitry-le-François. Middenin op het kruispunt van vier belangrijke verkeersaders ligt de Place d’Armes. Aan dit plein ligt een monumentale collegiale kerk met allures van een kathedraal. Op het plein staat een fontein met een schaars geklede vrouw. ‘La Déesse’, de Godin noemt ze, niet meer niet minder. Een architectoraal meesterwerk is de open markthal met zijn betonnen gewelvenplafond. Bij ons bezoek aan de stad vernemen we dat net die dag een motie gestemd is voor verlenging van het fietspad rond de stad via het kanaal Bourgogne-Rijn dat even verder opnieuw vertakt naar het kanaal Champagne-Bourgogne. De verlenging naar de Champagnesteden is verzekerd.

 

Afstanden:

Fietslus naar het Lac de la Mouche = 30 km

Langres - Bologne = 67 km

Bologne - St-Dizier = 68 km

St-Dizier - Lac du Der - Vitry-le-François = 65 km

 

 

Tekst en foto's: Guy Raskin